Practicum: Wateronderzoek – bioindicatoren – Biologie Klas 2 HAVO

In dit practicum voor klas 2 HAVO beoordeel je de ecologische waterkwaliteit van een sloot- of beekmonster aan de hand van macrofaunaorganismen als bioindicatoren. Je gebruikt het saprobiënsysteem en berekent de gemiddelde saprobie-index.

Leerdoel

Na dit practicum kun je het begrip bioindicator uitleggen, macrofaunaorganismen determineren tot op de familie of groep, de saprobie-index berekenen en de ecologische waterkwaliteit beoordelen (saprobiezonering: oligo-, meso-, polysaproob).

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: HAVO klas 2 | Vak: Biologie | Domein: P (Populatie- en ecosysteemniveau) | Bioindicator, saprobiënsysteem, macrofauna, waterkwaliteit, saprobiezonering, soortenrijkdom

Benodigdheden

Achtergrondinformatie

Bioindicatoren zijn soorten waarvan de aanwezigheid of afwezigheid iets zegt over de milieukwaliteit. Saprobiezonering: de mate van organische belasting van water. Klasse I (oligo): schoon water — steenvliegen, kokerjuffers aanwezig. Klasse II (ß-meso): licht vervuild — muggenlarven, slakken, bloedzuigers. Klasse III (α-meso): matig vervuild — waterpissebed, wantsen. Klasse IV (poly): sterk vervuild — alleen borstelwormen (Tubifex). Saprobie-index S = Σ(h × s) / Σh, waarbij s = saprobiewaarde (1–4) en h = frequentie.

Werkwijze

  1. Schep 3× met het schepnet in de watergang. Spoel de vangst in een witte bak.
  2. Schep organismen over in petrischalen. Determineer tot op de groep. Tel per groep het aantal (h).
  3. Zoek per organisme de saprobieindicatorwaarde (s) op in de tabel.
  4. Bereken S = Σ(h × s) / Σh. Interpreteer de klasse.

Inventarisatietabel (voorbeeld)

OrganismeAantal (h)Saprobiëwaarde (s)h × s
Kokerjuffer (Trichoptera) 1,5 
Steenvlieg (Plecoptera) 1,2 
Waterpissebedden 2,8 
Muggenlarven 3,0 
Tubifex (borstelworm) 3,9 
Totaal∑h =∑(h×s) =
S = ∑(h×s) / ∑h 

Verwerkingsvragen

  1. S = 1,6: tot welke saprobie-klasse behoort dit water? Wat zegt dit over de waterkwaliteit?
  2. Verklaar waarom Tubifex (borstelworm) alleen voorkomt in sterk vervuild water.
  3. Noem twee maatregelen om de waterkwaliteit van een sterk vervuilde sloot te verbeteren.

Uitwerking

V1: S = 1,6 valt in klasse I–II (oligosaproob – bèta-mesosaproob): schoon tot licht vervuild water. Hoge zuurstofconcentratie, lage organische belasting. Geschikt voor gevoelige soorten zoals steenvliegen en kokerjuffers.

V2: Tubifex is aangepast aan ernstig zuurstofarm water: de worm bevat hemoglobine (O₂-transporteiwit) en kan ook anaeroob leven. In schoon, zuurstofrijk water wordt Tubifex verdrongen door gevoeliger maar competitievere soorten. In sterk vervuild water (laag O₂, veel organische stof) heeft Tubifex een concurrentievoordeel.

V3: (1) Vermindering van nutriënteninput (fosfaat, nitraat uit landbouw/riool) om algengroei te beperken — minder organische belasting na algendood. (2) Oevervegetatie herstellen (rietgordel): filtert nutriënten, biedt leefruimte, koelt het water.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert schepnetten, witte onderzoeksbakken, petrischalen, loepen en stereomicroscopen voor wateronderzoek-praktika in het voortgezet biologieonderwijs.

Bekijk het assortiment of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.