Practicum: Stofeigenschappen – smeltpunt en kookpunt – Scheikunde Klas 1 VWO

In dit practicum voor klas 1 vwo bepaal je het smeltpunt van stearinezuur en het kookpunt van water. Je ontdekt dat een zuivere stof een scherp smeltpunt heeft, terwijl een mengsel over een traject smelt. Je koppelt de waarnemingen aan het deeltjesmodel van vaste stof, vloeistof en gas.

Leerdoel

Na dit practicum kun je het smelt- en kookpunt van een stof bepalen en gebruiken als identificatiecriterium, het verschil uitleggen tussen een zuivere stof (scherp smeltpunt) en een mengsel (smelttraject), en de faseovergangen verklaren met het deeltjesmodel.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: VWO klas 1 | Vak: Scheikunde | Onderwerp: Stofeigenschappen, deeltjesmodel | Smeltpunt, kookpunt, zuivere stof, mengsel, aggregatietoestand

Benodigdheden

Achtergrondinformatie

Elke zuivere stof heeft een karakteristiek smeltpunt (Ts) en kookpunt (Tk). Tijdens het smelten neemt de temperatuur niet toe ondanks doorgaande verwarming: alle aangeboden energie wordt gebruikt om bindingen in het kristalrooster te verbreken. Pas als alle stof gesmolten is, stijgt de temperatuur weer. Bij een mengsel beginnen deeltjes van de laagst smeltende component al eerder te bewegen: het mengsel heeft een smelttraject.

Werkwijze

Deel A – Smeltpunt stearinezuur

  1. Vul een reageerbuisje voor ¼ met stearinezuur. Klem de thermometer erin (niet op de bodem).
  2. Verwarm via waterbad (80°C). Noteer elke 30 s de temperatuur.
  3. Zodra het zuur begint te smelten: noteer Tbegin en Teind smelten.
  4. Laat afkoelen en noteer stollingstemperatuur.

Deel B – Kookpunt water

  1. Verhit 100 mL gedestilleerd water in een bekerglas op de plaat. Noteer T elke minuut.
  2. Noteer het kookpunt (T stabiel ondanks doorgaande verwarming).

Meettabel Deel A

Tijd (min)00,51,01,52,02,53,0
T (°C)       

Verwerkingsvragen

  1. Verklaar met het deeltjesmodel waarom de temperatuur tijdens het smelten niet stijgt.
  2. Een onbekende stof smelt van 62°C – 68°C. Is dit een zuivere stof of een mengsel? Verklaar.
  3. Stearinezuur heeft Ts = 69,6°C en palmitoylzuur Ts = 62,9°C. Welke stof smelt eerder? Hoe gebruik je het smeltpunt als identificatiemiddel?

Uitwerking

V1: Tijdens het smelten worden de aantrekkingskrachten tussen de deeltjes in het kristalrooster verbroken. De aangeboden warmte-energie wordt volledig gebruikt voor dit proces (verbreking van intermoleculaire krachten), niet voor het versnellen van de deeltjes (= temperatuurstijging). Pas als alle deeltjes vrij beweegbaar zijn (vloeistoffase), stijgt de temperatuur weer.

V2: Een mengsel. Een zuivere stof heeft een scherp smeltpunt (één temperatuur), niet een traject van 6°C. Een smelttraject wijst op twee of meer stoffen met verschillende smeltpunten.

V3: Palmitoylzuur smelt eerder (62,9°C < 69,6°C). Je vergelijkt het gemeten smeltpunt van de onbekende stof met tabeltabellen (BINAS). Als het gemeten smeltpunt overeenkomt met een tabelwaarde én de stof smelt scherp, is de stof geïdentificeerd.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert nauwkeurige thermometers, reageerbuisjes en verwarmingsplaten voor stofeigenschappenpractica in het voortgezet onderwijs.

Bekijk het assortiment of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.