In dit practicum voor klas 2 vwo onderzoek je het ABO-bloedgroepsysteem via simulatie van agglutinatie. Je gebruikt kunstmatige sera en nepbloed om te bepalen welke bloedgroep iemand heeft, en je koppelt dit aan de erfelijke achtergrond.
Na dit practicum kun je de vier bloedgroepen (A, B, AB en 0) benoemen en verklaren welke antigenen en antistoffen daarmee samenhangen, agglutinatie als reactie verklaren, en de erfelijkheid van het ABO-systeem beschrijven (dominant-recessief, codominantie).
Niveau: VWO klas 2 | Vak: Biologie | Onderwerp: Bloed, immuunsysteem, bloedgroepen, antigenen, antistoffen
Op rode bloedcellen zitten antigenen: eiwitmoleculen die het immuunsysteem als lichaamseigen of lichaamsvreemd herkent. Bloedgroep A heeft A-antigenen; B heeft B-antigenen; AB heeft beide; 0 heeft geen. In het bloedserum zitten antistoffen (agglutininen) die reageren met vreemde antigenen: bij bloedgroep A zitten anti-B-antistoffen, enzovoort. Als antistof en antigen samenkomen, klonteren de rode bloedcellen samen: agglutinatie. Dit is waarneembaar als klontering.
V1: Aggluteert alleen met anti-B → de cellen hebben B-antigeen → bloedgroep B.
V2: Bij bloedgroep B zitten anti-A-antistoffen in het serum. Als bloedgroep A wordt toegediend, reageren de anti-A-antistoffen op de A-antigenen van de getransfundeerde cellen → massale agglutinatie → bloedvatverstoppingen en potentieel dodelijke shock.
V3: Mogelijke gameten vader: Iᵃ of i. Moeder: Iᵇ of i. Kruisingsschema: IᵃIᵇ (bloedgroep AB), Iᵃi (bloedgroep A), Iᵇi (bloedgroep B), ii (bloedgroep 0). Kans per bloedgroep: elk 25%. Alle vier bloedgroepen zijn mogelijk.
Labvakhandel levert veilige bloedgroep-simulatiesets zonder gebruik van echt bloed, geschikt voor middelbare scholieren. Inclusief nep-sera en nep-bloedmonsters.
Bekijk het assortiment voor biologie of neem contact op voor advies.
Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.