Practicum: Bloedgroepen – ABO-systeem en agglutinatie – Biologie Klas 2 VWO

In dit practicum voor klas 2 vwo onderzoek je het ABO-bloedgroepsysteem via simulatie van agglutinatie. Je gebruikt kunstmatige sera en nepbloed om te bepalen welke bloedgroep iemand heeft, en je koppelt dit aan de erfelijke achtergrond.

Leerdoel

Na dit practicum kun je de vier bloedgroepen (A, B, AB en 0) benoemen en verklaren welke antigenen en antistoffen daarmee samenhangen, agglutinatie als reactie verklaren, en de erfelijkheid van het ABO-systeem beschrijven (dominant-recessief, codominantie).

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: VWO klas 2 | Vak: Biologie | Onderwerp: Bloed, immuunsysteem, bloedgroepen, antigenen, antistoffen

Benodigdheden

  • Simulatie-bloedgroepenset (nep-sera anti-A en anti-B; nep-bloedmonsters A, B, AB, 0)
  • Witte tegelkaart of microscoopglaasjes
  • Druppelaar voor sera en bloedmonsters
  • Tandenstokers of roerstaafjes (één per mix — nooit hergebruiken!)
  • Systeemkaart ABO-bloedgroepen (voor naslag)

Achtergrondinformatie

Op rode bloedcellen zitten antigenen: eiwitmoleculen die het immuunsysteem als lichaamseigen of lichaamsvreemd herkent. Bloedgroep A heeft A-antigenen; B heeft B-antigenen; AB heeft beide; 0 heeft geen. In het bloedserum zitten antistoffen (agglutininen) die reageren met vreemde antigenen: bij bloedgroep A zitten anti-B-antistoffen, enzovoort. Als antistof en antigen samenkomen, klonteren de rode bloedcellen samen: agglutinatie. Dit is waarneembaar als klontering.

ABO-overzichtstabel

BloedgroepAntigeen op RBCAntistof in serumReageert op anti-A?Reageert op anti-B?
AAAnti-BJaNee
BBAnti-ANeeJa
ABA en BGeenJaJa
0GeenAnti-A en Anti-BNeeNee

Werkwijze

  1. Breng op een witte tegel voor elk bloedmonster twee druppels neer (links en rechts).
  2. Voeg links een druppel anti-A-serum toe; rechts een druppel anti-B-serum.
  3. Meng voorzichtig met een schone tandenstoker (elke combinatie eigen tandenstoker!).
  4. Observeer na 1 minuut: is er agglutinatie (klontering, grof uiterlijk) of niet (glad)?
  5. Noteer in het schema en bepaal de bloedgroep.

Resultaatschema

Monster+ anti-A+ anti-BBloedgroep
1   
2   
3   
4   

Verwerkingsvragen

  1. Monster X aggluteert met anti-B maar niet met anti-A. Welke bloedgroep is dit?
  2. Waarom mag je bij een bloedtransfusie nooit bloed van bloedgroep A geven aan iemand van bloedgroep B?
  3. Vader heeft bloedgroep A (genotype Iᵃi) en moeder bloedgroep B (genotype Iᵇi). Welke bloedgroepen kunnen de kinderen hebben?

Uitwerking

V1: Aggluteert alleen met anti-B → de cellen hebben B-antigeen → bloedgroep B.

V2: Bij bloedgroep B zitten anti-A-antistoffen in het serum. Als bloedgroep A wordt toegediend, reageren de anti-A-antistoffen op de A-antigenen van de getransfundeerde cellen → massale agglutinatie → bloedvatverstoppingen en potentieel dodelijke shock.

V3: Mogelijke gameten vader: Iᵃ of i. Moeder: Iᵇ of i. Kruisingsschema: IᵃIᵇ (bloedgroep AB), Iᵃi (bloedgroep A), Iᵇi (bloedgroep B), ii (bloedgroep 0). Kans per bloedgroep: elk 25%. Alle vier bloedgroepen zijn mogelijk.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert veilige bloedgroep-simulatiesets zonder gebruik van echt bloed, geschikt voor middelbare scholieren. Inclusief nep-sera en nep-bloedmonsters.

Bekijk het assortiment voor biologie of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.