Practicum: Ecologie – kwadrantenmethode en vegetatieonderzoek – Biologie Klas 5 VWO

In dit examenpracticum voor klas 5 vwo voer je een vegetatie-inventarisatie uit met de kwadrantenmethode. Je bepaalt frequentie en bedekkingsgraad van plantensoorten en berekent de Simpsonindex. Je koppelt de resultaten aan abiotische factoren en ecosysteemdynamiek.

Leerdoel

Na dit practicum kun je de kwadrantenmethode correct uitvoeren, frequentie en bedekking berekenen, de Simpsonindex berekenen en interpreteren, en de relatie beschrijven tussen abiotische factoren en soortensamenstelling.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: VWO klas 5 | Vak: Biologie | Domein: P-niveau – Interactie/Zelforganisatie ecosystemen; F evolutie (CE)

Benodigdheden

  • Metaalstaven of palen voor kwadraathoeken (4 per kwadrant)
  • Touw of prikkers (1 m × 1 m kwadranten)
  • Identifikatieboekje plantensoorten (bijv. Heukels flora of app)
  • Loupe
  • Telschema per kwadrant (10 kwadranten)
  • pH-meter en bodemvochtigheid-sensor (abiotische factoren)

Achtergrondinformatie

Frequentie: het percentage kwadranten waarin een soort voorkomt. Bedekking: het percentage van het kwadrantoppervlak dat door een soort bedekt wordt. Simpsonindex D = N(N-1) / Σnᵢ(nᵢ-1): hoge D = hoge biodiversiteit. Abiotische factoren (pH, licht, vocht, nutriënten) beïnvloeden welke soorten voorkomen.

Werkwijze

  1. Leg 10 kwadranten van 1×1 m random in het te onderzoeken terrein (bijv. grasland of heide).
  2. Determineer per kwadrant alle plantensoorten. Noteer aanwezigheid (frequentie) en schat de bedekkingsgraad per soort (%).
  3. Meet abiotische factoren: bodem-pH en -vochtigheid.
  4. Bereken frequentie per soort (aantal kwadranten met soort / totaal kwadranten × 100%).
  5. Bereken de Simpsonindex over alle kwadranten samen.

Resultaatschema (voorbeeld, 10 kwadranten)

SoortAanwezig in n kwadrantenFrequentie (%)Totaal individuen (nᵢ)
Engels raaigras   
Paardenbloem   
Witte klaver   
Smalle weegbree   

Verwerkingsvragen

  1. Engels raaigras is aanwezig in 9 van 10 kwadranten. Bereken de frequentie.
  2. Bereken de Simpsonindex als de totale telling is: raaigras 80, paardenbloem 30, klaver 20, weegbree 10 (N=140).
  3. Je vindt meer soorten op een zuur bodemperceel dan op een neutraal perceel. Formuleer een hypothese en noem hoe je die zou toetsen.

Uitwerking

V1: Frequentie = (9/10) × 100% = 90%.

V2: Σnᵢ(nᵢ-1) = 80×79 + 30×29 + 20×19 + 10×9 = 6320 + 870 + 380 + 90 = 7660. D = N(N-1)/Σnᵢ(nᵢ-1) = (140×139)/7660 = 19460/7660 = 2,54.

V3: Hypothese: op een zuur bodemperceel is de diversiteit (D-waarde) hoger dan op neutraal. Testen: vegetatieonderzoek op meerdere kwadranten op beide perceeltypen; bodem-pH meten; D berekenen per perceel; statistische toets (bijv. t-toets) op significantie van het verschil.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert bodem-pH-meters, vochtigheidssensoren, kwadraat-palen en flora-kaarten voor vegetatieonderzoek in het biologieonderwijs.

Bekijk het assortiment voor biologie of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.