Practicum: Elektromagnetische inductie – Klas 5 VWO

In dit practicum voor 5 vwo onderzoek je elektromagnetische inductie: het opwekken van een spanning door verandering van de magnetische flux. Je verifieert de wet van Faraday en de wet van Lenz, en onderzoekt de basisprincipes van de transformator.

Leerdoel

Na dit practicum kun je de inductiespanning berekenen met de wet van Faraday Uind = −N × ΔΦ/Δt, de wet van Lenz toepassen om de richting van de inductiestroom te bepalen, en het transformatorprincipe beschrijven aan de hand van U₁/U₂ = N₁/N₂.

Cursusniveau en vakgebied

Niveau: VWO klas 5 | Vak: Natuurkunde | Domein: D2 Elektrische en magnetische velden | Elektromagnetische inductie, wet van Faraday, wet van Lenz, flux, transformator

Benodigdheden

  • Inductiespoel (bijv. 500 windingen, 1000 windingen)
  • Stabmagneet (neodymium of ferrite)
  • Oscilloscoop of gevoelige galvanometer (microampèremeter)
  • Transformatorkern (U- of E-kern van weekijzer)
  • Primaire spoel (bijv. 200 windingen) en secundaire spoel (bijv. 400 windingen en 100 windingen)
  • Wisselspanningsbron (4–6 V, 50 Hz)
  • Amperemeter en voltmeter

Achtergrondinformatie

De wet van Faraday: Uind = −N × ΔΦ/Δt, waarbij Φ = B × A × cos(θ). Het minteken geeft de richting aan (wet van Lenz): de geïnduceerde stroom werkt de verandering van flux tegen. Transformator (ideaal): U₁/U₂ = N₁/N₂; I₁ × U₁ = I₂ × U₂ (vermogensbehoud).

Werkwijze

Deel A – Inductiespanning bij bewegende magneet

  1. Verbind de 500-windingsspoel met de oscilloscoop. Beweeg de magneet snel door de spoel.
  2. Observeer en noteer: grootte Uind, polariteit bij bewegen naar/weg van de spoel.
  3. Varieer: langzaam vs. snel bewegen. Dubbele magneet (dubbele B). Noteer de effecten.
  4. Herhaal met de 1000-windingsspoel. Vergelijk Uind bij gelijke snelheid.

Deel B – Transformator

  1. Wikkel N₁ = 200 windingen (primair) en N₂ = 400 windingen (secundair) op de ijzerkern.
  2. Sluit de wisselspanningsbron aan op de primaire spoel (U₁ = 6,0 V). Meet U₂.
  3. Herhaal met N₂ = 100 windingen. Controleer telkens U₁/U₂ = N₁/N₂.

Meettabel Deel B (transformator, U₁ = 6,0 V, N₁ = 200)

N₂U₂ gemeten (V)U₂ theorie = U₁·N₂/N₁ (V)Verhouding
400 12,01:2 opvoertransformator
100 3,02:1 afvoertransformator

Verwerkingsvragen

  1. De flux door een spoel (N = 200) verandert met 5,0 × 10⁻³ Wb in 0,010 s. Bereken Uind.
  2. Een transformator heeft N₁ = 500, N₂ = 50, U₁ = 230 V. Bereken U₂ en I₂ als I₁ = 0,20 A.
  3. Verklaar met de wet van Lenz waarom de geïnduceerde stroom de verandering van flux tegengaat.

Uitwerking

V1: Uind = N × ΔΦ/Δt = 200 × (5,0×10⁻³/0,010) = 200 × 0,50 = 100 V.

V2: U₂ = U₁ × N₂/N₁ = 230 × 50/500 = 23 V. Vermogensbehoud: I₁ × U₁ = I₂ × U₂ → I₂ = (0,20 × 230)/23 = 2,0 A.

V3: Als de flux toeneemt, induceert de spoel een stroom die een magnetisch veld opwekt dat de toename tegengaat (behoud van energie: je moet energie steken in het bewegen van de magneet). Als de flux afneemt, is de geïnduceerde stroom zo gericht dat het bijdraagt aan behoud van de flux. Dit is de wet van behoud van energie in electromagnetische vorm.

Benodigde laboratoriumapparatuur van Labvakhandel

Labvakhandel levert inductiespoelen, weekijzernkernen, oscilloscopen en transformatordelen voor elektromagnetisme-experimenten in het voortgezet onderwijs.

Bekijk het assortiment natuurkunde materiaal of neem contact op voor advies.

Meer practicumopdrachten

Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.