In dit practicum voor 5 vwo onderzoek je staande golven op een trillende snaar als gevolg van interferentie van twee lopende golven. Je bepaalt golflengte en voortplantingssnelheid bij meerdere harmonieken en analyseert het golfpatroon met knooppunten en buiken.
Na dit practicum kun je het verschil beschrijven tussen lopende en staande golven, knopen en buiken aanwijzen, golflengte berekenen via λ = 2L/n voor de n-de harmonische, voortplantingssnelheid bepalen via v = f × λ en de invloed van spanning op v verklaren.
Niveau: VWO klas 5 | Vak: Natuurkunde | Domein: B1 Informatieoverdracht | Staande golven, interferentie, harmonischen, grondtoon, boventoon, voortplantingssnelheid
Een staande golf ontstaat door constructieve interferentie van twee golven met gelijke frequentie die in tegengestelde richting lopen. Op de uiteinden (vaste steunpunten) zijn knopen. Bij de n-de harmonische past L = n × λ/2 op de snaar: λn = 2L/n. De voortplantingssnelheid in de snaar hangt af van de spanning Fs en de lineaire massadichtheid μ: v = √(Fs/μ). Resonantiefrequenties: fn = n × v/(2L).
V1: v = f × λ = 18 × 2,00 = 36 m/s.
V2: f₄ = 4 × f₁ = 4 × 18 = 72 Hz.
V3: v = √(Fs/μ). Bij hogere spanning Fs is de herstelvracht op een verplaatste snaardeeltje groter, zodat het sneller terugkeert. Dit leidt tot hogere v. Dezelfde snaarlengte-deeltjesmassa (μ) blijft gelijk.
Labvakhandel levert snaartrillers, frequentiegeneratoren, elastische snaren en stroboscopen voor staande golven-experimenten in het voortgezet onderwijs.
Bekijk het assortiment natuurkunde materiaal of neem contact op voor advies.
Ontdek alle practica in de Labvakhandel kennisbank — voor biologie, scheikunde en natuurkunde.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.