MTT-assay en celviabiliteit

De MTT-assay is de meest gebruikte methode voor het bepalen van celviabiliteit en celproliferatie in het laboratorium. Het principe berust op de omzetting van het gele tetrazoliumzout MTT door metabolisch actieve cellen in een paars formazanproduct, waarvan de hoeveelheid spectrofotometrisch wordt gemeten. Hoe meer levende, metabolisch actieve cellen aanwezig zijn, hoe intenser de kleur. De assay wordt ingezet voor cytotoxiciteitstests, screeningsstudies van geneesmiddelen, en de beoordeling van behandelingseffecten op celgroei en -overleving.

Werkingsprincipe MTT-assay: omzetting van geel MTT naar paars formazan door metabolisch actieve cellen, gevolgd door spectrofotometrische meting bij 570 nm

Wat is celviabiliteit?

Celviabiliteit (ook wel cellevensvatbaarheid of cellulaire levensvatbaarheid) is het percentage levende cellen in een celmonster ten opzichte van het totale aantal cellen. Een hoge celviabiliteit geeft aan dat cellen metabolisch actief en intact zijn; een lage celviabiliteit duidt op celdood, stress of beschadiging. In celkweekexperimenten is een celviabiliteit van 90% of hoger de standaard voor gezonde kweken die geschikt zijn voor experimenten. Een celviabiliteit onder 70% wijst op problemen met het kweekmilieu, een besmetting, of een giftig effect van een teststof.

Wat zijn levensvatbare en niet-levensvatbare cellen?

Levensvatbare cellen hebben een intacte celmembraan, een functionerend metabolisme en het vermogen om te delen. Niet-levensvatbare cellen hebben de membraanintegriteit verloren — een van de vroegste en meest betrouwbare indicatoren van celdood. Dit onderscheid vormt de basis van veel viabiliteitstesten: kleurstoffen zoals trypan blauw dringen door beschadigde membranen, waardoor dode cellen blauw kleuren en levende cellen kleurloos blijven.

Wat is de MTT-assay?

MTT staat voor 3-(4,5-dimethylthiazol-2-yl)-2,5-difenyltetrazoliumbromide, een geel, wateroplosbaar tetrazoliumzout. Metabolisch actieve cellen reduceren MTT tot paars, onoplosbaar formazan. De reductie wordt uitgevoerd door NAD(P)H-afhankelijke oxidoreductasen, waarvan oorspronkelijk werd aangenomen dat ze uitsluitend mitochondriaal waren (succinaatdehydrogenase). Modern onderzoek heeft echter aangetoond dat zowel mitochondriale als cytoplasmatische en endosomale enzymen bijdragen aan de reductie. Het signaal is daarmee een maat voor de algehele metabole activiteit van de cel, niet uitsluitend voor mitochondriale functie. De assay is kwantitatief: de intensiteit van de paarse kleur, gemeten via absorptie bij 570 nm, is evenredig met het aantal levende, metabolisch actieve cellen.

Principe van de MTT-assay (MTT-kleuring)

Het biochemische principe verloopt in drie stappen:

  1. Incubatie met MTT: MTT-oplossing (typisch 0,5 mg/ml in PBS of medium) wordt aan de cellen toegevoegd en gedurende 2–4 uur geïncubeerd bij 37 °C in een CO₂-incubator. Cellulaire oxidoreductasen reduceren het gele MTT tot paars formazan, dat als kristallen neerslaat.
  2. Oplossen van formazan (solubilisatie): het formazanprecipitaat is onoplosbaar in water en moet worden opgelost. DMSO (dimethylsulfoxide) is het meest gebruikte oplosmiddel: het lost de kristallen volledig en snel op tot een homogene paarse oplossing. Alternatieven zijn SDS/HCl of isopropanol/HCl.
  3. Spectrofotometrische meting: de absorptie van de oplossing wordt gemeten bij 570 nm (met referentiegolflengte bij 630–690 nm om achtergrondabsorptie te corrigeren). De gemeten absorptiewaarde is evenredig met de hoeveelheid formazan en daarmee met het aantal levende cellen.

Waarom wordt 570 nm gebruikt bij de MTT-assay?

Formazan absorbeert maximaal bij circa 570 nm (het absorptiemaximum ligt tussen 540 en 590 nm, afhankelijk van het oplosmiddel). Bij deze golflengte is het signaal het sterkst en de gevoeligheid het hoogst. De referentiegolflengte van 630–690 nm wordt gebruikt voor achtergrondcorrectie; bij die golflengten absorbeert formazan nauwelijks, zodat het verschil tussen 570 nm en de referentiegolflengte een betrouwbaarder signaal oplevert.

Waarom wordt DMSO gebruikt in de MTT-assay?

DMSO wordt gebruikt als solubilisatiemiddel omdat het formazankristallen snel en volledig oplost in een homogene, paarse oplossing die stabiel is voor spectrofotometrische meting. DMSO is ook effectief bij kamertemperatuur, waardoor het protocol eenvoudig en snel uitvoerbaar is. Nadeel: DMSO is hygroscopisch en damp kan de microplaatlezer beïnvloeden; de plaat moet direct na toevoeging van DMSO worden afgelezen. Bovendien lyseert DMSO de cellen, waardoor de meting een eindpunt is en er na de assay geen levende cellen meer beschikbaar zijn.

Protocol: hoe voer je een MTT-assay uit?

  1. Cellen inzaaien: zaai cellen in een 96-well microplaatformat in het juiste medium (doorgaans met 10% FBS) en laat 24 uur aangroeien.
  2. Behandeling: vervang het medium door medium met de teststof in de gewenste concentraties. Incubeer gedurende de gewenste behandelingstijd.
  3. MTT toevoegen: voeg MTT-oplossing (eindconcentratie 0,5 mg/ml) toe aan elk well. Incubeer 2–4 uur bij 37 °C, 5% CO₂, beschermd tegen licht.
  4. Medium verwijderen: verwijder voorzichtig het medium inclusief niet-omgezet MTT zonder de formazankristallen te verstoren.
  5. Solubilisatie: voeg 100–150 µl DMSO per well toe en meng goed (pipetteren of schudden) tot alle kristallen zijn opgelost.
  6. Meting: meet de absorptie bij 570 nm (referentie 630 nm) in een microplaatlezer.
  7. Berekening: zie de sectie hieronder.

Optimaal inzaaigetal en lineair bereik

Voor een betrouwbare MTT-assay moet het inzaaigetal binnen het lineaire bereik van de assay vallen: de absorptie moet recht evenredig zijn met het aantal cellen. Het optimale inzaaigetal hangt af van het celtype, de behandelingsduur en de proliferatiesnelheid. Vuistregels:

  • Snelgroeiende cellijnen (bijvoorbeeld HeLa, HEK293) — start met 3.000–5.000 cellen per well voor een 48–72-uurs assay.
  • Langzaam groeiende of primaire cellen — 10.000–20.000 cellen per well om voldoende signaal te bereiken.
  • Niet-prolifererende cellen (bijvoorbeeld gedifferentieerde neuronen, hepatocyten) — hoger inzaaigetal en kortere assay; resultaat is metabolisch in plaats van proliferatief.

Een celkalibratiecurve (absorptie versus inzaaigetal, gemeten op het tijdstip van MTT-toevoeging) is voor elke nieuwe cellijn essentieel om het lineaire bereik vast te stellen. Buiten dit bereik treedt verzadiging op (te veel cellen, signaal vlakt af) of is het signaal te dicht bij de detectiegrens (te weinig cellen).

Hoe bereken je celviabiliteit met de MTT-assay?

De celviabiliteit wordt uitgedrukt als percentage ten opzichte van een onbehandelde controlereeks:

Celviabiliteit (%) = (absorptie behandeld − absorptie blanco) / (absorptie onbehandeld controle − absorptie blanco) × 100

Een waarde van 100% betekent geen effect op celviabiliteit; een waarde van 50% duidt op een halvering van het signaal. Voor een betrouwbare berekening is het essentieel dat de blanco-wells (medium zonder cellen, maar met MTT en DMSO) worden meegemeten en van alle absorptiewaarden worden afgetrokken.

IC50, GI50, TGI en LC50

Bij dosis-respons-curves worden verschillende drempelwaarden gebruikt die niet altijd hetzelfde betekenen:

  • IC50 — de concentratie waarbij het MTT-signaal gehalveerd is ten opzichte van de controle. Algemeen begrip; combineert anti-proliferatie en celdood.
  • GI50 (Growth Inhibition 50%) — de concentratie waarbij de groei met 50% wordt geremd ten opzichte van de controle, met correctie voor het uitgangsaantal cellen op t = 0.
  • TGI (Total Growth Inhibition) — de concentratie waarbij geen netto celgroei optreedt; eindpunt gelijk aan de t = 0-meting.
  • LC50 (Lethal Concentration 50%) — de concentratie waarbij 50% van de cellen ten opzichte van de uitgangswaarde gedood is; eindpunt is lager dan de t = 0-meting.

Voor een correcte interpretatie wordt een dosis-respons-curve gefit met een sigmoïdaal model (vier-parameter Hill-vergelijking), waaruit IC50/GI50 en de Hill-coëfficiënt worden afgeleid.

Replicaten en statistiek

Voor publicatie- en regelgevingskwaliteit gelden de volgende richtlijnen:

  • Technische replicaten — minimaal drie wells per conditie binnen dezelfde plaat, voor het corrigeren van pipetteer- en plaatfouten.
  • Biologische replicaten — minimaal drie onafhankelijke experimenten op verschillende dagen of celpassages, voor statistisch betrouwbare uitspraken.
  • Edge-effect controle — de buitenste wells van een 96-well plaat zijn gevoelig voor verdamping; deze worden vaak gevuld met PBS en niet voor metingen gebruikt.
  • Statistische analyse — voor het vergelijken van twee groepen wordt een t-toets gebruikt, voor meerdere groepen ANOVA met post-hoc-test (bijvoorbeeld Dunnett's of Tukey's). Dosis-respons-data worden gemodelleerd met niet-lineaire regressie.

Is de MTT-assay kwantitatief of kwalitatief?

De MTT-assay is een kwantitatieve methode: de gemeten absorptie is binnen een lineair bereik proportioneel aan het aantal metabolisch actieve cellen. Het lineaire bereik hangt af van het celtype en de celdichtheid, maar ligt typisch tussen 1.000 en 50.000 cellen per well bij een 96-well formaat. Buiten dit bereik is de relatie niet meer lineair en zijn resultaten onbetrouwbaar.

Celviabiliteit versus cytotoxiciteit

Celviabiliteit en cytotoxiciteit zijn twee kanten van dezelfde munt, maar meten een ander aspect:

Begrip Wat het meet Uitkomst
Celviabiliteit Fractie levende, metabolisch actieve cellen Percentage levende cellen (0–100%)
Cytotoxiciteit Celschade of celdood veroorzaakt door een stof Percentage celdood of IC50-waarde
Celproliferatie Toename van het celaantal in de tijd Groeisnelheid of delingsindex

Cytotoxiciteit en viabiliteit zijn niet altijd elkaars perfecte spiegelbeeld: een afname van het MTT-signaal kan worden veroorzaakt door celdood (echte cytotoxiciteit), maar ook door een louter anti-proliferatief effect waarbij cellen levend blijven maar niet meer delen. Voor het onderscheid is een aanvullende methode nodig, zoals een LDH-vrijzettingsassay (specifiek voor membraanschade) of trypan blauw-exclusie.

Celproliferatie versus apoptose

Celproliferatie en apoptose zijn tegengestelde processen. Celproliferatie is de toename van het celaantal door celdeling; apoptose is geprogrammeerde, gecontroleerde celdood. De MTT-assay meet metabolische activiteit en kan beide niet direct onderscheiden: een afname van het MTT-signaal kan duiden op verminderde proliferatie, apoptose, of necrose. Voor het onderscheid tussen apoptose en necrose zijn aanvullende methoden nodig, zoals caspase-activiteitstests of annexine-V/propidiumjodide-flowcytometrie.

Veelvoorkomende problemen bij de MTT-assay

  • Achtergrondabsorptie: het medium, serumcomponenten en bepaalde teststoffen kunnen zelf absorberen bij 570 nm. Altijd een blanco (medium zonder cellen) meenemen en aftrekken.
  • Interferentie van teststoffen: kleurige verbindingen, reducerende stoffen (ascorbinezuur, glutathion, polyfenolen) of stoffen die het mitochondriaal metabolisme beïnvloeden geven een vals signaal. Controleer de teststof op eigen absorptie bij 570 nm en op rechtstreekse MTT-reductie in een celvrij controle-experiment.
  • Onvolledige solubilisatie: niet volledig opgeloste formazankristallen geven een laag en variabel signaal. Zorg voor goede menging en zichtbaar homogene oplossing voor de meting.
  • Te weinig of te veel cellen: buiten het lineaire bereik is de correlatie met celaantal onbetrouwbaar. Bepaal altijd vooraf het optimale inzaaigetal via een celkalibratiecurve.
  • Te korte of te lange MTT-incubatietijd: bij te kort incuberen is de conversie onvolledig; bij te lang incuberen kan formazan zich ophopen buiten de cel en kristalliseren op het plasmaoppervlak.
  • pH-gevoeligheid: sterke pH-veranderingen in het medium tijdens de assay (bijvoorbeeld door zure of basische teststoffen) beïnvloeden zowel de MTT-reductie als de kleur van het formazan.

Alternatieven voor de MTT-assay

Naast de MTT-assay zijn er andere veelgebruikte celviabiliteitstests, elk met eigen voor- en nadelen:

Methode Principe Voordeel ten opzichte van MTT
WST-1 / WST-8 (CCK-8) Tetrazoliumreductie tot wateroplosbaar formazan Geen solubilisatiestap nodig; meting direct in medium
XTT Tetrazoliumreductie met wateroplosbaar formazan Vergelijkbaar met WST-1; vereist een electron coupling reagens (PMS)
ATP-assay (CellTiter-Glo) Luminescentie via luciferasereactie op ATP Hogere gevoeligheid, sneller protocol
Trypan blauw exclusie Kleuringsexclusie door intacte celmembraan Eenvoudig, geen apparatuur; onderscheidt levend/dood direct
Resazurine (Alamar Blue) Fluorimetrische meting van reductieproduct Niet-destructief; herhaalde metingen op dezelfde cellen mogelijk
LDH-assay Meting van vrijgekomen lactaatdehydrogenase Meet actieve celdood; complement van MTT

Waarom 10% FBS gebruiken in celkweek?

Foetaal bovien serum (FBS) bevat groeifactoren, hormonen, adhesieproteïnen en transporteiwitten die essentieel zijn voor de proliferatie en het overleven van de meeste celtypes in kweek. Een concentratie van 10% FBS is de standaard voor veel cellijnen en biedt een optimale balans tussen groeiondersteuning en kostprijs. Te weinig FBS leidt tot verminderde celgroei en lagere viabiliteit; te veel FBS kan de resultaten van cytotoxiciteitstests verstoren doordat serumeiwitten teststoffen binden. Voor de MTT-assay is het standaard om alle behandelingen in medium met hetzelfde FBS-percentage uit te voeren als de kweekcondities.

Gerelateerde onderwerpen bij Labvakhandel

De MTT-assay is onderdeel van een bredere celkweekpraktijk. Zie het kennisbankartikel over celkweektechnieken voor achtergrond bij het opzetten en onderhouden van celkweken. Bekijk ook het artikel over bioreactoren en fermentatie voor schaalvergroting van celkweekprocessen. Voor microplaatlezers, pipetten en verbruiksartikelen voor de MTT-assay kunt u terecht in de categorie biotechnologie & moleculaire biologie of petrischalen, PCR-platen & microtiterplaten.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.