Normeringen in het laboratorium

Wie wel eens een laboratoriumcatalogus heeft doorgebladerd, kent het: DIN 12242, ISO 383, AISI 316L, USP Class VI, EN ISO 4788, klasse A, P3, GL 45. Een ondoorzichtig woud van afkortingen, nummers en letters waarvan op het eerste gezicht onduidelijk is waar ze vandaan komen, wat ze precies betekenen en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Toch zijn deze normeringen de stille ruggengraat van het moderne laboratorium: ze maken dat een rondbodemkolf uit Duitsland past op een koeler uit Tsjechië, dat een spatel uit Frankrijk dezelfde chemische bestendigheid heeft als een uit de Verenigde Staten en dat een pipet in Heemstede dezelfde nauwkeurigheid levert als een in Tokio.

Deze hubpagina biedt een overzicht van alle relevante normeringen voor laboratoriumbenodigdheden. Per onderwerp vindt u een korte introductie en een verwijzing naar een verdiepend artikel met details, tabellen en praktische toepassingen.

Waarom normen?

Normen zijn afspraken op papier. Ze ontstaan uit de praktische behoefte aan uitwisselbaarheid, kwaliteitsborging en vergelijkbaarheid. De eerste industriële normen ontstonden eind negentiende eeuw, toen fabrikanten ontdekten dat onderdelen van verschillende leveranciers niet meer op elkaar pasten. In Duitsland werd in 1917 het Deutsches Institut für Normung (DIN) opgericht, in Frankrijk in 1926 AFNOR, in het Verenigd Koninkrijk in 1901 de British Standards Institution (BSI). Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar de International Organization for Standardization (ISO) bij, opgericht in 1947, om de wereldwijde handel mogelijk te maken zonder dat elk land zijn eigen specificaties hoefde te respecteren.

In het laboratorium dienen normen drie hoofddoelen: ten eerste de technische uitwisselbaarheid van componenten (een NS 29/32-slijpstuk past op elke andere NS 29/32-slijpstuk, ongeacht fabrikant); ten tweede de kwaliteitsgarantie (een klasse A-pipet levert bewezen tolerantie); en ten derde de wettelijke aansprakelijkheid (een CLP-etiket op een chemicaliënfles voldoet aan de Europese verplichtingen).

De belangrijkste normeringsinstanties

Voor een goed begrip van laboratoriumnormen is het nuttig te weten welke instanties bestaan en hoe zij zich tot elkaar verhouden. De volgende organisaties zijn voor het laboratorium het meest relevant:

Instantie Volledige naam Werkgebied Voorbeeld norm
ISO International Organization for Standardization Wereldwijd ISO 383 (slijpstukken)
DIN Deutsches Institut für Normung Duitsland; veel gebruikt in Europa DIN 12242 (slijpstukken)
EN Europäische Norm (Europese Norm) Europese Unie (via CEN) EN ISO 4788 (maatcilinders)
CEN Comité Européen de Normalisation Europa; geeft EN-normen uit n.v.t. (orgaan)
NEN Nederlands Normalisatie-instituut Nederland NEN-EN-ISO 4788
ASTM American Society for Testing and Materials Verenigde Staten; internationaal ASTM E542 (maatglaswerk)
AISI American Iron and Steel Institute Roestvast staal (historisch) AISI 316L
USP United States Pharmacopeia Farmaceutische normen USP Class VI
JIS Japanese Industrial Standards Japan JIS R 3503 (labglaswerk)
BSI British Standards Institution Verenigd Koninkrijk BS EN ISO 4788

Een veelvoorkomende constructie is dat een ISO-norm via CEN wordt overgenomen als EN-norm en vervolgens in Nederland als NEN-EN-ISO-norm wordt uitgebracht. De inhoud is dan identiek; alleen de prefix verschilt. Een voorbeeld: ISO 4788 (maatcilinders) is in Europa ook bekend als EN ISO 4788, en in Nederland officieel als NEN-EN-ISO 4788. Voor meer detail, zie het artikel normeringsinstanties en specifiek over de Europese praktijk: verschil tussen DIN, ISO en EN.

Normen voor laboratoriumglaswerk

Laboratoriumglaswerk is een van de zwaarst genormeerde productgroepen in het lab. De afmetingen van slijpstukken, schroefdraden, kolven, pipetten en buretten zijn allemaal gestandaardiseerd, zodat onderdelen van verschillende fabrikanten onderling uitwisselbaar zijn. De belangrijkste normen:

  • NS-slijpstukken — de conische slijpverbindingen op rondbodemkolven, koelers en destillatiebruggen zijn gestandaardiseerd in DIN 12242 en ISO 383. Maatvoering NS 14/23, NS 24/29, NS 29/32 en hoger zijn wereldwijd identiek.
  • GL-schroefdraden — de schroefdraden op laboratoriumflessen (GL 14, GL 18, GL 25, GL 32, GL 45) volgen DIN 168. Daarnaast bestaan varianten als S40, GLS80 en VersaCap.
  • Maatglaswerk — maatcilinders volgens EN ISO 4788, volumetrische kolven volgens ISO 1042, pipetten volgens ISO 648 en buretten volgens ISO 385. De nauwkeurigheidsklassen A en B bepalen de tolerantie.
  • Borosilicaatglas — de glassoort zelf is gestandaardiseerd in ISO 3585. Type 3.3 is wereldwijd de laboratoriumstandaard.
  • Sintered glass (glasfilters) — porositeitsklassen P0 tot en met P5 volgens ISO 4793.

Normen voor roestvast staal en metalen

Roestvast staal is in het laboratorium overal: spatels, pincetten, scalpels, naalden, autoclaafmandjes, statiefmateriaal. De twee meest voorkomende kwaliteiten zijn 304 (algemeen) en 316L (chemisch bestendiger, lager koolstofgehalte). Wat veel mensen niet weten: de bekende AISI-aanduidingen zijn formeel verouderd. Het American Iron and Steel Institute heeft sinds 1995 geen staalkwaliteiten meer genormeerd; de aanduiding leeft echter voort omdat hij ingeburgerd is. De huidige internationale norm is EN 10088, waarin staalsoorten worden aangeduid met een materiaalnummer zoals 1.4301 (vroeger AISI 304) of 1.4404 (vroeger AISI 316L).

Voor een volledig overzicht van staalkwaliteiten, conversies en toepassingen in het lab: roestvast staal AISI en EN en de praktische conversietabel AISI/EN. Voor het beoordelen van chemische bestendigheid tussen materialen en specifieke media is de chemische compatibiliteitstool beschikbaar.

Normen voor kunststoffen

De kunststoffen die in het laboratorium worden gebruikt — PE, PP, PTFE, PFA, FEP, PMP, PC, PMMA — zijn gestandaardiseerd in ISO 1043. Elke afkorting heeft een formele definitie en een specifiek bereik van toepassingen. PP (polypropyleen) is autoclaveerbaar, PMP (polymethylpenteen) is glashelder en bestand tegen hoge temperaturen, PTFE (polytetrafluoretheen) is vrijwel chemisch inert. Voor de farmaceutische industrie gelden bovendien aanvullende eisen volgens USP, waarvan USP Class VI de strengste is.

Zie voor een volledig overzicht het artikel kunststoffen volgens ISO 1043 en specifiek voor primaire farmaceutische verpakkingen USP Class VI. Voor chemische bestendigheid van kunststoffen tegen specifieke media: chemische compatibiliteitstool.

Normen voor aansluitingen en schroefdraden

Niet alleen glas, ook metalen aansluitingen voor slangen, gassen en pompen zijn genormeerd. De drie meest voorkomende schroefdraadstandaarden zijn BSP (British Standard Pipe), NPT (National Pipe Thread, Amerikaans) en de metrische ISO-schroefdraden. Verwarrend genoeg passen deze niet op elkaar, ondanks soms vergelijkbare diameters. Voor medische en laboratoriumtoepassingen is daarnaast de Luer-aansluiting (ISO 80369-7) van groot belang: deze standaardiseert de aansluitingen op spuiten, naalden en spuitfilters om verwisseling tussen incompatibele systemen te voorkomen.

Zie de artikelen schroefdraden BSP, NPT en metrisch en Luer en Luer-Lock.

Filtratienormen

Filtreerpapier wordt gekenmerkt door poriegrootte, retentie en doorlooptijd. De gangbare productlijnen — Whatman, Macherey-Nagel, Sartorius, Munktell — gebruiken elk hun eigen grade-aanduiding, maar deze zijn onderling te vergelijken via DIN 58355. Voor membraanfilters geldt ISO 14644 (cleanroom) deels analoog: poriegroottes als 0,22 µm en 0,45 µm zijn wereldwijd standaard. Zie filtreerpapier-klassen voor een complete vergelijking.

Normen voor veiligheid en chemicaliën

Sinds 2008 geldt in de Europese Unie de CLP-verordening (Classification, Labelling and Packaging), die de oudere DSD-richtlijn met de bekende oranje gevaarsymbolen heeft vervangen. CLP is de Europese implementatie van het wereldwijde GHS-systeem (Globally Harmonised System) van de Verenigde Naties. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt aanvullend de ADR-regelgeving. Voor opslag in Nederland is de PGS 15 leidend.

Zie voor uitleg en symboolverklaring CLP en GHS-etikettering, en voor transport ADR voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Voor de opslagregels: PGS 15.

Normen voor sterilisatie en cleanroom

Sterilisatie en reinheidsklassen zijn op meerdere manieren genormeerd, elk voor een specifieke techniek. ISO 17665 regelt stoomsterilisatie (autoclaveren), ISO 11135 ethyleenoxide-sterilisatie, ISO 11137 gammastraling en DIN 58946 de validatie van autoclaven. Cleanrooms worden geclassificeerd volgens ISO 14644, waarbij ISO 1 de schoonste klasse is en ISO 9 de minst schone. De vroegere Amerikaanse FED-STD-209E met klassen 100, 1000 en 10000 wordt nog regelmatig in oudere documentatie aangehaald.

Zie sterilisatienormen en ISO 14644 cleanroom-klassen.

Kwaliteitsmanagementsystemen

Naast technische normen bestaan er overkoepelende kwaliteitsmanagementnormen die gelden voor laboratoria als geheel. ISO 9001 is de algemene norm voor kwaliteitsmanagement, ISO 17025 specifiek voor test- en kalibratielaboratoria, en ISO 13485 voor producenten van medische hulpmiddelen. Daarnaast bestaat de OECD-richtlijn GLP (Good Laboratory Practice), die specifiek geldt voor niet-klinisch veiligheidsonderzoek.

Voor een overzicht van de kwaliteitsnormen: ISO 9001, ISO 17025 en ISO 13485.

Praktische conversietabellen

Wie internationaal inkoopt of werkt met oudere documentatie loopt regelmatig tegen verschillende aanduidingen voor hetzelfde aan. Voor deze gevallen zijn er drie aparte conversietabellen beschikbaar:

Hoe lees je een norm-aanduiding?

Een normaanduiding bestaat doorgaans uit drie tot vier delen: de uitgevende instantie, het normnummer, soms een onderdeel-aanduiding en optioneel het uitgiftejaar. Een voorbeeld:

NEN-EN-ISO 4788:2005

  • NEN — uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut
  • EN — overgenomen als Europese norm
  • ISO — oorspronkelijk een internationale ISO-norm
  • 4788 — het normnummer (in dit geval: maatcilinders)
  • 2005 — het uitgiftejaar van deze versie

De inhoud van NEN-EN-ISO 4788 is identiek aan ISO 4788; de verschillende prefixen geven alleen aan op welk niveau de norm is overgenomen. Wanneer in dit kennisbankcluster wordt verwezen naar "ISO 4788", "EN ISO 4788" of "NEN-EN-ISO 4788" gaat het dus om dezelfde inhoud.

Welke norm geldt voor mijn toepassing?

Bij twijfel over welke norm relevant is voor een specifieke toepassing geldt een eenvoudige hiërarchie:

  1. Wettelijke verplichting — voor sommige toepassingen (farma, medische hulpmiddelen, transport gevaarlijke stoffen) zijn bepaalde normen wettelijk verplicht.
  2. Klantvereiste — opdrachtgevers, accreditatie-instellingen of certificeringsorganen kunnen specifieke normen voorschrijven (bijvoorbeeld ISO 17025 voor testlaboratoria).
  3. Branchestandaard — binnen een vakgebied gelden vaak ongeschreven verwachtingen (bijvoorbeeld klasse A maatglaswerk in een analytisch laboratorium).
  4. Praktische uitwisselbaarheid — voor losse onderdelen zoals slijpstukken en schroefdraden is de norm vooral een kwestie van compatibiliteit met bestaand glaswerk.

De officiële versie van een norm is altijd te raadplegen via NEN (www.nen.nl) voor Nederland, ISO (www.iso.org) internationaal, of de webwinkel van de betreffende uitgevende instantie. Veel laboratoria hebben een NEN-Connect-abonnement waarmee de relevante normen online te raadplegen zijn.


Disclaimer: dit artikel geeft een toelichting op normen en standaarden zoals die op het moment van schrijven gangbaar zijn. Normen worden periodiek herzien en ingetrokken. Raadpleeg voor de actuele, juridisch bindende versie altijd de officiële uitgevende instantie (zoals NEN, ISO, DIN, ASTM of USP) of een geaccrediteerde adviseur. Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.

Bestellijst

Uw winkelwagen is leeg.