De conische slijpverbindingen op laboratoriumglaswerk — bekend als Normaal slijpstuk of NS — zijn een van de oudste en meest succesvolle laboratoriumnormen. Een NS 29/32-kolf uit Duitsland past zonder enige aanpassing op een refluxkoeler uit Tsjechië, een aanvoerbuis uit India of een destillatiebrug uit Japan. Mogelijk gemaakt door consequente naleving van DIN 12242 (Duits, sinds 1939) en het internationale equivalent ISO 383. Dit artikel geeft de volledige maatreeks, de technische achtergrond en alle praktische details.
Voor algemene informatie over slijpstukglaswerk en hoe NS-verbindingen werken, zie over slijpstuk glaswerk.
De oorspronkelijke Duitse norm voor genormeerde glasslijpverbindingen, DIN 12242, is in 1939 voor het eerst gepubliceerd. Aanleiding was de wens om laboratoriumglaswerk uitwisselbaar te maken tussen fabrikanten — iets dat tot dan toe niet vanzelfsprekend was. Elke glasblazerij had zijn eigen specificaties, met als gevolg dat een koeler van fabrikant A niet op een kolf van fabrikant B paste.
Na de Tweede Wereldoorlog werd DIN 12242 internationaal overgenomen als ISO 383. De inhoud is sindsdien vrijwel ongewijzigd. In moderne documentatie verschijnt de norm vaak als DIN EN ISO 383, wat betekent: oorspronkelijk Duitse norm, internationaal overgenomen, en in Europa als EN-norm uitgegeven.
Een NS-verbinding bestaat uit twee complementaire, conisch geslepen oppervlakken: een buitenkegel (mannelijk deel) en een binnenkegel (vrouwelijk deel). De buitenkegel past precies in de binnenkegel. De conische hoek — de tapsheid — is gestandaardiseerd op 1:10. Dat wil zeggen dat de diameter per 10 mm lengte met 1 mm afneemt.
De maatvoering wordt aangeduid met twee getallen, gescheiden door een schuine streep: NS xx/yy:
NS 29/32 betekent dus: buitendiameter 29 mm, slijplengte 32 mm. Door de tapsheid van 1:10 is de diameter aan de onderkant van de slijping 29 − 3,2 = 25,8 mm.
De genormeerde maten lopen van NS 5/13 (zeer klein) tot NS 100/60 (zeer groot). De volgende tabel geeft het complete overzicht:
In de praktijk komen in een routinelaboratorium voornamelijk vier maten voor: NS 14/23, NS 19/26, NS 24/29 en NS 29/32. De grotere maten zijn voorbehouden aan industriële en pilot-schaal-toepassingen.
Naast de standaardmaten kent DIN 12242 ook korte slijpingen. Een korte slijping heeft dezelfde buitendiameter, maar een kortere slijplengte. Aanduidingen zijn dan bijvoorbeeld NS 29/26 (korte versie van 29/32) of NS 14/15 (korte versie van 14/23). De korte slijping wordt gebruikt waar weinig ruimte is, bijvoorbeeld voor stoppen op kleine flesjes of bij compactere opstellingen.
Belangrijk: een NS 29/32 mannelijk past wel in een NS 29/26 vrouwelijk en omgekeerd — de tapsheid is immers identiek — maar dan steekt het mannelijke deel onderaan uit het vrouwelijke deel. De verbinding sluit, maar is minder stevig dan met overeenkomende lengtes.
DIN 12242 onderscheidt twee tolerantieklassen voor de geslepen oppervlakken:
In de meeste catalogi wordt de klasse niet expliciet vermeld; standaard wordt klasse A geleverd. Voor specialistische toepassingen (Schlenk-lijnen, ultrahoog vacuum) kunt u expliciet om klasse B-glaswerk vragen.
Een onbeschadigd, schoon NS-slijpstuk vormt op zichzelf een redelijk dichte verbinding, voldoende voor reflux- en destillatiewerk bij atmosferische druk. Voor vacuumopstellingen of langdurig gebruik wordt een dunne laag slijpsmeer aangebracht. De meest voorkomende smeermiddelen:
Als alternatief voor smeer bestaan PTFE-mantelafdichtingen: een dunne PTFE-huls die over de mannelijke kegel wordt geschoven. Deze geven een dichte, smeervrije verbinding, vooral handig bij agressieve chemicaliën of waar contaminatie door smeer ongewenst is. Voor het kiezen van het juiste smeermiddel of de juiste afdichting bij een specifiek medium kunt u de chemische compatibiliteitstool raadplegen.
Vastgelopen slijpstukken zijn een terugkerende ergernis. De oorzaken:
Een vastgelopen slijpstuk loswerken kan vaak door:
Bij twijfel: liever opofferen dan forceren. Een gebroken kolf is een kleinere schadepost dan een verwonding.
NS-slijpstukken hebben een vrijwel onbeperkte levensduur mits goed onderhouden. Een paar regels:
NS-verbindingen zijn niet de enige optie. Voor specifieke toepassingen bestaan alternatieven:
Andere artikelen in het cluster Normeringen
Overzicht Normeringen in het laboratorium (hub) Normeringsinstanties Verschil tussen DIN, ISO en EN
Materialen Roestvast staal AISI en EN Kunststoffen ISO 1043 Borosilicaatglas normering
Glaswerk en aansluitingen NS-slijpstukken DIN 12242 GL-schroefdraad DIN 168 Nauwkeurigheidsklassen maatglaswerk Sinterglas porositeiten ISO 4793 Filtreerpapier-klassen Schroefdraden BSP, NPT en metrisch Luer en Luer-Lock ISO 80369
Veiligheid en chemicaliën CLP en GHS-etikettering ADR-vervoer gevaarlijke stoffen
Sterilisatie, cleanroom en kwaliteit ISO 14644 cleanroom-klassen Sterilisatienormen ISO 9001, ISO 17025 en ISO 13485 USP Class VI voor farma
Conversietabellen en overzichten Conversietabel AISI en EN voor roestvast staal Conversietabel DIN, ISO en NEN Overzicht alle laboratoriumnormen
Disclaimer: dit artikel geeft een toelichting op normen en standaarden zoals die op het moment van schrijven gangbaar zijn. Normen worden periodiek herzien en ingetrokken. Raadpleeg voor de actuele, juridisch bindende versie altijd de officiële uitgevende instantie (zoals NEN, ISO, DIN, ASTM of USP) of een geaccrediteerde adviseur. Labvakhandel.nl aanvaardt geen aansprakelijkheid voor beslissingen genomen op basis van deze informatie.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.