Een hemocytometer — in het Nederlands meestal telkamer of telkamertje genoemd — is een precisie-instrument voor het bepalen van het aantal deeltjes per volume-eenheid in een vloeistof. Het meest bekend is de toepassing in de hematologie voor het tellen van bloedcellen, maar het instrument wordt vandaag de dag breed gebruikt voor celkweken, gistsuspensies, bacteriën en andere microscopisch waarneembare deeltjes. Op deze pagina leest u hoe een hemocytometer werkt, welke types er bestaan, hoe u correct telt en waarvoor de verschillende telrasters geschikt zijn.
Een hemocytometer is een dikwandig glasplaatje (formaat circa 76 × 32 mm) waarin een ondiepe kamer met een gegraveerd telraster is uitgesleten. Door een dekglas op de twee zijdelingse stegen van de kamer te plaatsen, ontstaat een nauwkeurig gedefinieerde holte met een bekende diepte — bij de meeste types 0,1 mm. Het volume boven elk vakje van het telraster is daarmee precies bekend, waardoor het aantal getelde cellen rechtstreeks kan worden omgerekend naar een concentratie per milliliter.
Het instrument is oorspronkelijk ontwikkeld voor het tellen van rode en witte bloedcellen, vandaar de naam hemocytometer (van het Griekse haima, bloed, en cytos, cel). Tegenwoordig is het toepassingsgebied veel breder: van celkweekanalyse in de moleculaire biologie tot kwaliteitscontrole van gistsuspensies in de brouwerij en analyse van micro-organismen in drinkwater.
De termen worden in de praktijk vaak door elkaar gebruikt, maar zijn niet helemaal synoniem. Een hemocytometer (ook: telkamer, counting chamber) is de overkoepelende term voor elk glasplaatje met een gekalibreerd telraster en bekende kamerdiepte. Een Neubauer-kamer is een specifiek type hemocytometer met een eigen rasterontwerp. Daarnaast bestaan onder andere Bürker-, Thoma-, Fuchs-Rosenthal-, Nageotte-, Malassez-, Sedgewick Rafter- en McMaster-telkamers — alle zijn hemocytometers, maar met verschillende rasterstructuren voor verschillende toepassingen.
In dagelijks gebruik is "Neubauer-kamer" vaak een verkorte aanduiding voor de Neubauer improved, het meest verspreide type. Als iemand zonder verdere toelichting spreekt over "een telkamer" of "een hemocytometer", wordt doorgaans dit type bedoeld.
Het hart van een hemocytometer is het telraster, dat in het glas is gegraveerd. Bij zogenaamde hell-linige (lichtlijnige) uitvoeringen wordt het raster door galvanische verchroming aangebracht; de lichte chroomlijnen zijn contrastrijk onder de microscoop en maken het tellen eenvoudiger en nauwkeuriger. Het telraster ligt op de bodem van een uitsparing tussen twee opgehoogde stegen. Wanneer een vlakgeslepen dekglas op deze stegen wordt aangedrukt, ontstaat door de planheid van de oppervlakken een kapillairspleet met een precies gedefinieerde hoogte — bij de meeste types 0,1 mm, bij speciale uitvoeringen zoals de Nageotte 0,5 mm.
De celsuspensie wordt met een pipet langs de rand van het dekglas aangebracht en zuigt zichzelf door capillaire werking in de kamer. Een belangrijke stap is de rusttijd van 2 tot 3 minuten voordat geteld wordt: dit geeft de cellen de tijd om te bezinken op de bodem van de kamer, zodat ze allemaal in hetzelfde focusvlak liggen en niet door stromingen worden meegevoerd tijdens het tellen.
Een correct gevulde kamer is voorwaarde voor een betrouwbare telling. Veelvoorkomende fouten:
Op een Neubauer improved bestaat het telraster uit 9 grote vierkanten van elk 1 × 1 mm. De vier hoekvakken zijn elk onderverdeeld in 16 kleinere vakken van 0,25 × 0,25 mm en worden gebruikt voor het tellen van leukocyten (witte bloedcellen) en andere relatief grote of dunne celpopulaties. Het centrale vak is onderverdeeld in 25 groepsvakken die elk weer 16 kleinvakken van 0,05 × 0,05 mm bevatten, en wordt gebruikt voor het tellen van erytrocyten (rode bloedcellen) en andere kleine, talrijke deeltjes.
Bij het tellen wordt de regel van de twee zijden aangehouden om te voorkomen dat cellen die op de grenslijn liggen dubbel worden geteld:
De Neubauer improved heeft op alle zijden van de groepsvakken drievoudige begrenzingslijnen; de middelste lijn is bepalend voor de telling. Deze drielijnige structuur is een belangrijk onderscheid met de oudere Neubauer.
De vermenigvuldigingsfactor 10.000 (10⁴) is een gevolg van de geometrie van de kamer. Voor een Neubauer improved geldt:
Om het aantal cellen per milliliter te krijgen, moet het aantal getelde cellen in één hoekvak dus met 10.000 worden vermenigvuldigd. In de praktijk worden meerdere hoekvakken geteld en wordt het gemiddelde genomen voor een meer representatief resultaat:
cellen/mL = (totaal getelde cellen / aantal getelde hoekvakken) × 10.000 × verdunningsfactor
De verdunningsfactor is van belang wanneer de celsuspensie te dicht is om betrouwbaar te tellen en eerst wordt verdund — bijvoorbeeld 1:2 of 1:10 met fosfaatgebufferde zoutoplossing (PBS) of een specifieke verdunningsvloeistof.
Voor rekenen met celtellingen kunt u gebruikmaken van onze Microbiologie & Celbiologie Calculator.
Celtellingen volgen een Poisson-verdeling: de standaardafwijking is gelijk aan de wortel van het aantal getelde cellen. Voor een statistisch betrouwbaar resultaat (relatieve fout < 10%) moeten daarom minimaal 100 cellen worden geteld; voor zeer hoge precisie (relatieve fout < 5%) zijn 400 cellen of meer nodig. Onderstaande tabel geeft een richtlijn:
Praktische consequenties: bij celdichtheden onder 1 × 10⁵ cellen/ml is een Neubauer-kamer te klein om voldoende cellen te tellen; in zo'n geval is een Fuchs-Rosenthal- of Nageotte-kamer met groter volume noodzakelijk. Boven 5 × 10⁶ cellen/ml worden de cellen zo dichtbevolkt dat tellen onnauwkeurig wordt en verdund moet worden.
Bij celkweek wordt de hemocytometer vaak gecombineerd met een trypaanblauwkleuring voor het onderscheiden van levende en dode cellen. Trypaanblauw (0,4% in PBS) is een gekleurd molecuul dat niet door intacte celmembranen kan diffunderen; dode cellen met beschadigde membranen kleuren blauw, levende cellen blijven kleurloos. De procedure:
Voor een meer kwantitatieve bepaling van celviabiliteit en metabole activiteit, zie ons artikel over de MTT-assay.
Er bestaan diverse telkamers, elk met een eigen rasterontwerp dat is afgestemd op een bepaalde toepassing. De keuze hangt af van de te tellen deeltjes (grootte, vorm, dichtheid) en het analytische doel.
De grote variatie in kamerdiepte en oppervlak laat zien hoe gericht een telkamer wordt gekozen. Voor zeer lage celconcentraties (bijvoorbeeld liquor) wordt een grote kamer met diepe holte gekozen, zodat een statistisch betrouwbaar aantal cellen kan worden geteld. Voor zeer dichte suspensies (bijvoorbeeld erytrocyten) wordt juist een kleiner volume per vak gekozen.
Het dekglas is geen gewone objectdrager: het wordt specifiek vervaardigd voor gebruik op een hemocytometer en is optisch vlak geslepen. De vlakheid van zowel het dekglas als de stegen van de telkamer bepaalt de exacte kamerdiepte; een gewoon dekglas zou de diepte vervormen en het resultaat onbruikbaar maken. Hemocytometer-dekglazen zijn doorgaans 0,4 mm dik en hebben afmetingen die zijn afgestemd op het type telkamer (bijvoorbeeld 20 × 26 mm, 22 × 22 mm of 24 × 24 mm).
Bij het plaatsen wordt het dekglas licht aangedrukt; bij correcte plaatsing worden Newton-ringen zichtbaar als interferentiepatroon tussen dekglas en stegen, wat aangeeft dat het glas goed contact maakt en de kamerdiepte exact is. Bij sommige uitvoeringen wordt het dekglas vastgeklemd met een veerklem (Federklammer) voor extra zekerheid.
De hemocytometer wordt in een breed scala aan disciplines gebruikt:
Geautomatiseerde celtellers (op basis van beeldanalyse of impedantie/Coulter-principe) hebben de hemocytometer in veel routinelaboratoria deels vervangen. Een vergelijking:
De hemocytometer blijft de gouden standaard voor methodologische validatie, lage doorzet, visuele controle van monsterkwaliteit en bijzondere toepassingen (liquor, parasieten, plankton). Geautomatiseerde tellers zijn de keuze voor hoge doorzet en routinematig werk in productieomgevingen.
Een hemocytometer is een eenvoudig, robuust en goedkoop instrument dat geen elektriciteit of complexe apparatuur vereist. De methode is breed inzetbaar, geeft direct visueel inzicht in de monsterkwaliteit (klontering, contaminatie, viabiliteit) en stelt de gebruiker in staat onderscheid te maken tussen verschillende celtypen op morfologische gronden.
De belangrijkste nadelen zijn:
In moderne laboratoria worden hemocytometers in toenemende mate ondersteund door geautomatiseerde celtellers, maar voor lage doorvoer, methodologisch onderzoek en visuele controle blijven ze onmisbaar. Voor verdere context over technieken in de cel- en moleculaire biologie kunt u terecht bij het kennisbankartikel over moleculaire biologie en biotechnologie.
Hemocytometers zijn ontworpen voor herhaald gebruik. Na elke meting worden de kamer en het dekglas gereinigd met een mild reinigingsmiddel, gespoeld met gedestilleerd water en gedroogd met een pluisvrije doek. Agressieve schuurmiddelen of harde borstels worden vermeden om beschadiging van het gegraveerde raster te voorkomen. Bij correct gebruik en onderhoud gaat een hemocytometer tientallen jaren mee zonder verlies van precisie.
Voor toepassingen die vallen onder de Europese In-vitro Diagnostica Verordening (IVDR, Verordening EU 2017/746) zijn telkamers met CE-markering vereist; voor onderzoeks- en niet-diagnostische toepassingen is dat niet verplicht.
Bekijk het assortiment telkamers en hemocytometer-dekglazen van Labvakhandel of neem contact op voor advies over het meest geschikte type voor uw toepassing.
Inloggen
Wachtwoord vergeten
Account aanmaken
Uw winkelwagen is leeg.